Lage Zwaluwe

Depressie volgens de DSM

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een depressie en een dysthymie.

(Het onderscheid is dat bij dysthymie de duur van de depressieve stemming ten minste twee jaar omvat.)

  1. Algemene kenmerken van een depressie
  • de depressieve stemming beslaat het grootste deel van de dag en komt bijna elke dag voor
  • er is sprake van een duidelijke vermindering van interesse en van plezier.

Volgens de DSM-IV-TR-criteria voor het diagnosticeren van een ernstige depressieve episode moeten één of twee van de volgende elementen aanwezig zijn:

A. Gedeprimeerde stemming (1) of verlies van belangstelling of genoegen (2).

Bij deze twee criteria moet worden uitgesloten dat ze zijn veroorzaakt door een lichamelijke aandoening of stemmingsincongruente wanen of hallucinaties. Het volstaat om één van deze symptomen te hebben indien het gepaard gaat met minstens vier van de volgende symptomen:
  • Gedeprimeerde stemming gedurende het grootste deel van de dag.
  • Duidelijke daling van belangstelling in aangename activiteiten.
  • Veranderende eetlust en duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies.
  • Verstoord slaappatroon of slapeloosheid of meer slapen dan normaal.
  • Veranderingen in activiteitenniveaus, rusteloosheid of zich beduidend langzamer bewegen dan normaal.
  • Vrijwel alle dagen vermoeidheid of energieverlies.
  • Gevoel van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid, en/of vrees.
  • Verminderde capaciteit om zich te concentreren of besluiten te nemen.
  • Suïcidale gedachten.
  1. De duur van een depressie kan zijn :
  • eenmalig
  • recidiverend (= terugkerend); waarbij in de tussenliggende periode er al dan niet sprake kan zijn van volledig herstel
  • chronisch
  • seizoengebonden
  • met begin post partum
  1. De ernst van een depressie wordt bepaald door:
  • het algemeen sociaal en maatschappelijk functioneren
  • de hoeveelheid aan symptomen:
  1.                                           i.        licht: 5 – 6 van de symptomen
  2.                                         ii.        matig: 6 – 8 van de symptomen
  3.                                        iii.        ernstig: 8 – 9 symptomen

Het ontstaan van depressie:

  • genetische factoren
  • ongunstige ontwikkelingsfactoren
  • uitlokkende factoren (subjectieve verlieservaringen)
  • voorgeschiedenis (recidiverend)

Recidiverende depressieve stoornis

Een periode waarin zich depressieve symptomen voordoen, wordt een depressieve episode genoemd (zie hieronder voor de criteria). Als iemand vaker deze episoden heeft, spreekt men van een (recidiverende) depressieve stoornis. De laatste decennia heeft onderzoek aangetoond dat depressie een chronische aandoening is, waarbij recidiven eerder regel dan uitzondering zijn. Ook is herstel van een depressieve episode vaak onvolledig, zogenaamde ‘restsymptomen’ blijven bestaan die de kans op terugval in een nieuwe depressieve episode verhogen. De eerste depressieve episode kan op alle leeftijden optreden en de duur kan variëren. Tegenwoordig wordt ook wel de naam unipolaire depressie gebruikt ter onderscheid van depressies bij bipolaire stoornissen. Een bipolaire stoornis wordt ook wel ‘manische depressie’ genoemd. HIer wisselen periodes van somberheid en opgewektheid elkaar af. Oudere beschrijvingen als vitale depressie, melancholie of endogene depressie komen in grote lijnen overeen met de zwaardere vormen van depressieve stoornis.

—————————————

Prevalentie
Naar schatting 2 – 3 % van de ouderen heeft een ernstige depressie. Een veel groter aantal, 15 – 20%, heeft een lichte vorm. Van de 1.500 mensen die jaarlijks als gevolg van een depressie hun leven beëindigen, is eenderde ouder dan zestig jaar.
Depressie wordt bij ouderen vaak niet herkend en de symptomen worden veelal toegewezen aan het ouder worden. Naar schatting ruim 18% van de Nederlanders tot 65 jaar heeft ooit in het leven last gehad van een depressie waarbij bij vrouwen depressie twee keer zoveel voorkomt als bij mannen. Depressie komt meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden (Bron Nemesis-2, De Graaf e.a. 2010). In Nederland gebruiken bijna 1 miljoen Nederlanders een antidepressivum.

Oorzaken
De oorzaken kunnen genetisch zijn, een gevolg zijn van omgevingsfactoren (verlies- en traumatische ervaringen), een chemische ontregeling in de hersenen (tekort aan serotonine en noradrenaline), hormonale ontregeling (hypofyse, schildklier) of persoonlijkheid (negatief zelfbeeld).

—————————————