Lage Zwaluwe

Hypochondrie.

Hypochondrie.
het interpreteren van op zich onschuldige lichamelijke gewaarwordingen als mogelijke tekenen van een ernstige ziekte;
preoccupatie een ernstige ziekte te hebben ook al blijkt dat uit adequate medische beoordeling het tegendeel blijkt;

Hypochondrie is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de somatoforme stoornissen. Een andere term voor de aandoening is ziektevrees. Wie aan hypochondrie lijdt, heeft een chronische preoccupatie of een overmatige angst om een ernstige lichamelijke ziekte te hebben, terwijl hiervan uit onderzoek niets blijkt. De persoon kan vaak de locatie, ernst en duur van de symptomen gedetailleerd aangeven, maar deze zijn door een arts niet als een duidelijk lichamelijk ziektebeeld te herkennen. Als de patiënt daadwerkelijk een (lichte) ziekte heeft, interpreteert hij het ziektebeeld als veel ernstiger dan het in werkelijkheid is. Als een arts de patiënt heeft onderzocht en de patiënt geruststelt, vreest de patiënt dat de arts de ware oorzaak niet heeft kunnen vinden. Omdat de patiënt er sterk van overtuigd is dat er iets mis is, zijn behandeling en herstel vaak gecompliceerd. Bij hypochondrie hoort het somatiseren; het verlichamelijken van emotionele klachten.

Hypochondrische symptomen kunnen optreden als onderdeel van een ander ziektebeeld, bijvoorbeeld een angststoornis. Er is dan meestal sprake van een ander type klachten.

 

 

Angststoornissen zijn beschreven in de DSM IV, en daarmee vallen daarmee ook onder verzekerde zorg. Onderstaand vindt u de omschrijvingen zoals ze in de DSM beschreven worden.


Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor hypochondrie:
A. Preoccupatie met of angst voor het hebben van een ernstige ziekte op basis van onjuiste interpretatie van lichamelijke symptomen.
B. De preoccupatie blijft bestaan ondanks toepasselijke medische evaluatie en geruststelling.
C. De preoccupatie uit criterium A heeft niet de vorm van een waan (zoals bij een waanstoornis van het somatische type) en blijft niet beperkt tot aangegeven zorgen over het uiterlijk (zoals in een stoornis van de lichaamsbeleving).
D. De preoccupatie veroorzaakt klinisch duidelijk lijden of problemen in de sociale omgang, op het werk of op andere belangrijke terreinen.
E. De duur van de stoornis is minimaal zes maanden.
F. De preoccupatie treedt niet uitsluitend op als onderdeel van de gegeneraliseerde angststoornis, obsessieve-compulsieve stoornis, paniekstoornis, een depressieve episode, separatieangst of een andere somatoforme stoornis.

 

Behandeling

Cognitieve gedragstherapie bij hypochondrie beoogt de patiënt te leren een reëlere kijk op de lichamelijke gewaarwordingen te ontwikkelen. Dit gebeurt door erkenning van de klachten, adequate uitleg en heldere, gestructureerde afspraken en niet door (meer) medisch onderzoek. Niet de lichamelijke klachten, maar de angst en bezorgdheid erover staan centraal. Het doel van de behandeling is vermindering van de angst en niet van de lichamelijke klachten. Door zichtbaar te maken dat de klachten kunnen worden onderhouden door bijvoorbeeld het zoeken van geruststelling bij derden kan men de patiënt duidelijk maken dat een vicieuze cirkel is ontstaan. Vervolgens wordt samen met de patiënt getracht deze cirkel te doorbreken, zodat minder geruststelling nodig is en de patiënt meer controle over de klachten krijgt.